Raf Walschaerts- Jongen toch

De voorstelling Jongen toch heb ik twee keer gezien. Wat ik was vergeten is dat ik Raf samen met zijn broer, als het duo Kommil Foo ook al eens in het theater heb gezien. Ik vind Raf ijzersterk. Met zijn prachtige stem zong hij soms prachtig gevoelige liedjes, waar je mee in slaap wil vallen, en soms humoristische, bijvoorbeeld over een stier die koeien neukt. Vaak vind ik cabaretiers saai, omdat ze niets te vertellen hebben. Raf Walschaerts had daarentegen een boeiend verhaal. Het was een literair hoogstandje onder de cabaretvoorstellingen, omdat Raf zijn verhaal afwisselde met anekdotes en grappen die hij vervolgens ook nog eens liet terugkomen. Raf hield de aandacht constant vast en boeide me de tweede keer dat ik de voorstelling zag weer. Zowel Raf als de voorstelling is intelligent, muzikaal, interessant en ijzersterk. Een echte aanrader.

Hier is wat ik denk – Wouter Deprez

Cabaret is moeilijk. Zo moeilijk zelfs, dat ik op een gegeven moment het idee had dat ik het helemáál niet meer leuk vond. Gelukkig laat Wouter Deprez me inzien dat er nog wel mensen zijn die het vak van cabaretier goed beheersen. Hij vertelt een interessant verhaal over zijn reis naar Afrika met zijn vrouw. Hij ontstijgt het niveau van praten over binnenlandse politiek en de dikke man die je eens in de bus hebt gezien, zoals veel andere cabaretiers vaak doen. Af en toe leest hij een mopje voor uit een boekje. Hij is het sterks als het absurd wordt. Bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat we met zijn alle de supermarkten moeten overvallen en onszelf op fruitweegschalen moeten wegen om te weten te komen hoe veel we waard zouden zijn als we een hele grote banaan zouden zijn. Hij heeft het veel over zijn relatie met zijn vrouw: over te weinig seks vooral. Dat ze daar niet meer aan toe komen. Zijn interactie met het publiek vind ik grotendeels sterk. Wanner hij aan het publiek vraagt wie er porno kijkt en niemand zijn hand opsteekt, zegt hij: ‘Vreemd dat ze het dan nog maken, dat maken ze dan uit een soort overtuiging en passie.’ Soms ratelt hij heel snel achter elkaar. Het is dan moeilijk hem te volgen, maar het is leuk om te zien dat hij zo zijn best doet. Een goede cabaretvoorstelling, zoals we dat gewend zijn van de Vlamingen.  

Mooi lied

Twee Vlaamse mannen (Frank Boddin en Mathieu Engels) en drie Nederlandse vrouwen ( Kiki Schippers, Elke Vierveijzer en de reeds afgestudeerde Kirsten van Teijn) van de Koningstheateracademie. Tussen hen in speelt een man steengoed gitaar. Ze zingen een selectie van de beste kleinkunstliedjes, apart en samen. Een mooie selectie, prachtig uitgevoerd. Ingetogen en gevoelig (Terug bij af van Harrie Jekkers, die avond uitgevoerd door Mathieu Engels), dan weer groots en meeslepend (Mooi van Maarten van Roozendaal, door Elke Vierveijzer). Een avond vol mooie liedjes.

Katinka Polderman- Polderman baart zorgen (voorpremière)

De grote zaal zit lekker vol. Rechts staat een klein huiskamertje met een camera ervoor. Op de wand erachter wordt het groot geprojecteerd. Katinka heeft een typische toon in haar stem, wat erg in haar voordeel werkt. Ze heeft fantastische liedjes. Soms benoemt ze iets waar ze niet later op terug komt, wat vreemd is. Ze heeft het ook over de tentoonstelling ‘Fuck Off 2′, wat ik een erg intrigerende tentoonstelling vind. Zij zelf praat er over alsof het onzin is, wat ik niet zo sterk vind. Het grappigste stukje vind ik die, waar ze het heeft over een gruwelijke marteling, waarbij bij een gemartelde de longen worden uitgehaald zodat hij stikt. ‘En wanneer het een écht grote boef was, strooiden ze er ook nog zout op. Nu hoor ik allemaal “ah” in de zaal, maar het was wel een stráf hè!’ Later speelt ze ‘Rijdende Rechter de Musical’, met een zelf gebouwd decortje, met kaartjes, bewegende achtergronden en stokjes, in dezelfde doos als waar haar huiskamer was afgebeeld. Ook zingen de poppetjes liedjes uit bestaande musicals met eigen teksten. Het is erg vermakelijk en vrolijk, maar het duurt te lang. Ze kan beter de liedjes wat korter maken. Verder weidt ze nog te lang uit over een reactie op ‘Pipapijpen’ op youtube. Een leuke voorstelling, waar erg grappige stukjes in zitten, maar ze af en toe te lang blijft steken.

Daniel Samkalden- Maar het gaat weer goed met de konijnen

Daniel komt via de ingang op en vertelt het publiek dat hij niet per se ergens heel goed in is. Hij heeft niet zo’n goede zangstem, maar zijn voorstelling is wel talig. Hij vraagt of iedereen het ermee eens is dat hij de avond gaat invullen. Hij zou namelijk niet weten waarom hij per se de avond moet volmaken. Het enige argument is dat hij het moet doen is dat het de afspraak was met het theater, maar dat is volgens hemzelf geen inhoudelijk argument. Uiteindelijk was het unaniem dat hij de avond zou invullen. Ik twijfelde nog even om te zeggen dat ik het wel wilde doen, maar ik kon niks bedenken. Híj speelde achter de piano. Een gitarist begeleidde hem. Zijn liedjes waren erg poëtisch. Vooral het gedicht ‘Maar het gaat weer goed met de konijnen’ vond ik erg goed. Die zin alleen al. Een week van tevoren had ik een stapel kaarten met die zin meegenomen. Ook vertelde hij een dialoog over ons dertigen in de zaal, die heel bijzonder waren. We woonden in Europa, in Nederland, in de gezelligste stad van Nederland, Den Bosch en we waren de enige dertig die nog naar intelligente voorstellingen gingen. Hij vroeg zich af hoe wij naar buiten moesten treden na de voorstelling; of we het voor ons zelf moesten houden of juist niet. Met deze blog ben ik al naar buiten getreden, ik ben Jan Julius Wintermans, één van de dertig, die onwijs is meegezogen in de inspirerende persoon Daniel Samkalden. 

Sander van Opzeeland- I’m back

Nog nooit heb ik zo hard gelachen om een voorstelling. De zaal was erg leeg; er waren maar 25 mensen. Bij één van zijn eerste grappen bulderde ik het al uit. Hij benoemde dat mijn lach goed was en later zei hij tegen het publiek dat hij me niet ingehuurd had. Andere mensen lachten soms met me mee en op een gegeven moment moest hij ook lachen om mijn uitbundige lach. Ik was een soort lachmachine in slechte comediesereis die ook lachte op momenten die helemaal niet grappig zijn. Na de voorstelling lag ik nog steeds in een deuk. Wat ik er precies zo grappig aan vond, kan ik niet goed uitleggen. Héél origineel waren zijn grappen nou ook weer niet en af en toe waren ze best gedateerd (de ALS campagne en Idols). Het zal ‘m liggen aan de juiste toon die hij had, waarmee hij net de juiste snaar bij me raakte. Af en toe nam hij een onderbreking achter de piano, waar hij een heel grappig liedje zong over zijn haat tegen pinguïns, waarbij hij met zijn handen op de piano sloeg. Ik herkende me ook enigszins in hem; de intelligente nerd die het moeilijk vind zich naar de sociale wetten te voegen. Een avond die ik niet snel zal vergeten.

Allez- Gerard van Maasakkers

Gerard speelde in de Grote Zaal, samen met een toetsenist, een drummer en een bassist. Hij zong oude en nieuwe liedjes. Gerard heeft een prachtig eigen geluid. De begeleiding was erg aangenaam. De zaal zat helemaal vol en dat kwam volgens mij door de warmte en rust die hij uitstraalde. Hij deed zelfs een soort jezusgebaar, waarbij hij zijn armen ophief, maar bij hem pikte ik het. Een voorbeeld van een authentieke artiest die de zaal aan zijn voeten heeft.

Martijn Koning- Het jaar van Martijn (try-out)

Het is de try-out van Martijns eerste avondvullende voorstelling. Martijn zegt in zijn voorstelling iets wat ik al vaker van standup-comedians had gehoord; ‘Ik ben in mijn jeugd anders dan de rest geweest, ik kijk anders tegen dingen aan.’ Vrij standaard dus. Om daarna de avond te vullen met grappen. Rare situaties bijvoorbeeld, die hij helemaal uitlegt. ‘Moet je je voorstellen dat…’ Echt lachen moet ik niet, in tegenstelling tot veel andere mensen. Martijn laat niks van een kant zien die ik nog niet gezien heb en vertelt in principe niks met zijn voorstelling. Op een gegeven moment pakte hij er een brief die hij op de post wilde doen voor zijn vriendin, waar persoonlijke informatie in staat. Het is een mislukte poging tot een beetje diepgang. Martijn kan goed praten en grappen vertellen, al vind ik het niets vernieuwends. Hij wil de populaire jongen spelen en vind het nodig homoseksualiteit aan te kaarten op een negatieve manier. Hij zegt daar (wederom) verder niets mee, hij brengt het gewoon als iets wat logischerwijs vies is. Ik heug me nog een zin waarin hij eerst in het Frans en daarna in het Nederlands ‘alle vieze homo’s moeten dood’ zegt, en daarna ‘zo klinkt dat nog best mooi’. Een vlotte babbelaar die aan de kroeg en in de zaal de mensen met zich mee heeft, op mij na dan.

Er zijn nog kaarten (try-out)- Jeroen van Merwijk

Jeroen van Merwijk speelde gisteren zijn eerste try-out. De zaal was trokvol en ik verwachtte er veel van. Vorig jaar had ik ook al een voorstelling van hem gezien (http://www.janjulius.nl/?p=163). Deze voorstelling vond ik nóg beter. Waar hij zijn vorige voorstelling heel politiek georiënteerd was, was dat deze avond helemaal niet. Hij zong liedjes met mooie teksten en vertelde dingen op de manier zoals ik ze nog nooit bekeken had. ‘Mensen die niet scheiden zijn opscheppers, die mensen die scheiden een rot gevoel willen bezorgen. Ga me niet vertellen dat alles in je relatie zo perfect is. Er is áltijd wel een reden om te scheiden.’ Wat wel overeenkwam met de vorige voorstelling, was het gespeelde egoïsme en egocentrisme. Hij vond zich een geweldige kunstschilder en vergeleek zich met Jezus en God. Zo las hij voor uit het heilige boek Jheronimus. Een grappig ‘hoofdstuk’ in het boek gaat over de rapper Kleine Viezerik. Ook erg grappig is wanneer hij verteld dat twee werkjes van zijn hand samen met een boekje van een bekende Britse striptekenaar en een werkje van Picasso in een vitrinekast staan. ‘Noem nog één kunstenaar waarvan twee werkjes samen met een boekje van een bekende Britse striptekenaar en een werkje van Picasso in één vitrinekast staan? Nee, dat lukt je niet.’ Ten afsluiting zong hij nog een heel mooi liedje voor zijn pas overleden collega-caberatier Maarten van Roosendaal, waarin hij zich met hem vergeleek. Een erg mooie try-out van zijn naar eigen zeggen laatste voorstelling.

Raymond van het Groenenwoud- Bijna volwassen

De opkomst voor de voorstelling was magertjes. Het publiek bestond vooral uit wat oudere mensen, maar er zat ook jonger publiek tussen. Reymond putte uit zijn grote repertoire, dat al tientallen jaren onveranderd was. De liedjes waren poëtisch en luisteren lekker weg, maar hadden vaak ook humor en soms pakte Reymond flink uit met zijn stem. Jammer was dat hij niet altijd even goed verstaanbaar was door de harde muziek en het vlotte tempo. Samen met z’n band stond hij op het podium. Soms was de begeleiding heel minimalistisch. Wat jammer was is dat hij toen het ene nummer nog niet echt afgelopen was, hij al met de voorbereidingen van het volgende nummer begon. Ook wachtte hij het applaus niet af na het ‘laatste’ nummer, maar ging meteen af en kwam daarna terug voor de toegift. Goed te zien was dat Reymond van het Groenenwoud een ervaren artiest is, die veel ervaring heeft en goede liedjes heeft gemaakt.