De Vagina Monologen: Anne van Veen, Hetty Heyting en Angela Groothuizen

Het was misschien een niet voor de hand liggende keuze om naar De Vagina Monologen te gaan, omdat het ook nog eens lady’s night was. Niet echt de plek waar je een 17 jarige jongen zou verwachten. Een jongen van het personeel zei lachend: “Ga je naar de Vagina Monologen?’ Anne van Veen, Hetty Heyting en Angela Groothuizen waren voor die avond de drie vrouwen die de monologen mochten voorlezen. Centraal in elk verhaal stond de vagina. Ik was erg onder de indruk van de drie vrouwen, die alledrie iets toevoegden en op hun eigen manier de verhalen brachten. Anne van Veen (dochter van) vertelde een verhaal  over een vrouw die van haar man haar vagina kaal moest scheren. Hij had seks met andere vrouwen omdat zijn vrouw zich niet wilde aanpassen voor hem. Wanneer Anne een Duitse psychiater nadeed die uitriep: “Je moet niet zo egoïstisch zijn, in een relatie is het geven en nemen!’ bulderde ik van het lachen. Voor me hoorde ik een vrouw zeggen: ‘Hé, dat is een mannenlach.’ De stukken waren soms ook erg ernstig, bijvoorbeeld over walgelijke verkrachtingen, waarbij de vagina werd beschreven als vuilstort. Ook bij het stuk waarbij de vrouwen allemaal verschillende kreunen nadeden, van de babykreun tot de hondenkreun, barstte ik in lachen uit. Ook daar werd bij mij de juiste snaar geraakt. Een leerzame avond, misschien zelfs vooral voor mannen.

De Grote Improvisatieshow- Tijl Beckand, Ruben van de Meer, Jamai Loman, Rick Paul van Mullingen, Wilko Terwijn

De Grote Improvisatieshow… Ik ging erheen omdat ik benieuwd was hoe Tijl en Ruben live zouden overkomen. Ik dacht dat het een vermakelijke avond zou worden en dat werd het ook. De Grote Improvisatieshow is ook op tv geweest, en in het theater was het niet erg anders. Het was een aaneenschakeling van improvisatiespellen, die heel vaak letterlijk uit ‘De Lama’s’ kwamen. Voor een onderdeel was een vrijwilliger nodig. Ik stak m’n hand op en werd uitgekozen. Jamai stelde me allerlei vragen, van m’n hobby’s tot m’n beste vriendin. Ik vertelde onder andere dat ik in mijn eentje naar het theater was gekomen en dat ik recensies schreef. De acteurs speelden m’n leven na. Ik moest in een toeter knijpen als iets niet klopte en bellen als iets wel klopte. De daaropvolgende scène was erg grappig. Ik (gespeeld door Tijl) lag in bed mijn beste vriendins naam te kreunen. Daarna kneep in de toeter; het klopte niet. Daarna kreunde ik (Tijl) Jamai’s naam. Jamai drukte m’n vinger tegen de bel. Later die dag gaf ik (Tijl) Nederlandse les aan Afrikaners, die ik vervolgens als slaven behandelde. Vervolgens zei ik (Tijl) dat ik gek was op zwarte mannen. Ik belde daarna, het klopte enigszins. Daarna kwamen alle Afrikaners op me (Tijl) af met grote piemels, die ze tegen mij (Tijl) aanzweepten. Die avond was ik continu het onderwerp van de grappen. Mijn hobby keramiek, het schrijven van recensies, maar vooral mijn homoseksualiteit kwamen continu terug. Dan ging het over mijn moeder, dan weer over mijn vader en dan over mijn zusje. Het meeste vond ik wel grappig, maar het homoseksuele gedeelte begon ik flauw te vinden. Het was vaak plat en smaakloos. de strekking: piemels, pijpen en kontneuken. In het moordspel was ik de moordenaar, waarbij de acteurs elkaar zonder tekst moesten duidelijk maken dat ik de moordenaar was, door me uit te beelden. Later in de show was er een scène waarin Wilko Terwijn, een dikke harige man, zich moest uitkleden en moest doen als of hij graag jongens van 17 knuffelde (ik dus). Ik rende snel de deur door en Wilko rende me in onderbroek achterna. Er werd mij gezegd dat ik moest gillen en dat deed ik. Daarna rende ik weer naar m’n stoel en kwam hij alsnog tegen me aanstaan. Het rook naar een vieze mengeling van aftershave en mannenzweet. Ergens op het eind zei Tijll als grap dat mijn vader me na de show, opgehangen in mijn kamer, zou aantreffen, waarna hij zei dat ik me niet moest ophangen, want dat zou niet leuk zijn voor de show. Die opmerking vond ik persoonlijk écht te ver gaan, omdat ik zelfmoord geen onderwerp vind om grappen over te maken. De grappen raakten me geen van allen, omdat ik wist dat het niet persoonlijk was. Bovendien had ik er zelf om gevraagd. Uiteindelijk vond ik het ook wel een eer dat de halve voorstelling over mij ging. Al met al had de voorstelling een goed tempo en zat vol rake grappen. Improviseren konden ze als de beste, en in de zaal werd veel gelachen. Een geslaagde avond, waar ik veel heb gelachen, al was het vaak uit een vorm van ongemakkelijkheid.

Wende Snijders- Last Resistance

Wende Snijders voorstelling is bijzonder, mysterieus, groots en artistiek. De show begint met een groot fel licht, waarna hij uit het begint. Bam. Wende staat samen met drie muzikanten op het podium. In het begin bestaat de begeleiding louter uit drum. Later komen er ook melodieuze instrumenten bij. Waar de voorstelling naartoe leidt blijft spannend. Alsof je door de mist rijdt; je kan niet ver naar achter kijken en ook niet naar voren, je bent in het moment. Het gebruik van licht en het podium is spectaculair. Het is moeilijk op te maken wat er allemaal op het podium staat, maar het effect is des te groter. De prachtige projecties  en lichteffecten zijn gelijkwaardig aan de muziek. Naast haar zang en haar liedjes profileert ze zich door haar uitstraling en haar dans. Een psychedelische theatrale voorstelling, die veel meer is dan een concert.

Jan Rot- Nummerrr 1 !!!

Dit was de tweede keer dat ik Jan Rot zag optreden, opnieuw in de kleine zaal. Deze keer zong hij vertalingen van nummer 1-hits uit zijn eigen tijd. Het waren prachtige vertalingen en zijn vertolkingen waren aangenaam en eigenzinnig. Vooral interessant waren de verhalen achter de nummer 1-hits van artiesten. Zo vertelde hij over één van de eerste nummer 1-hits, Happy birthday. Het was origineel een liedje van een juf, die een boekje had gemaakt met kleuterliedjes. Daarin stond ook een liedje dat de juffrouw zong naar haar kinderen en dat de kinderen terug zongen naar hun juf. Dat werd uiteindelijk door een van de kinderen toen hij ouder was in een musical gebruikt, maar dan als verjaardagsliedje. Dat werd uiteindelijk een hit. Later zag die kinderjuf iemand op tv haar liedje zingen en zei ze haar neef dat dat haar liedje was. Die heeft er patent op aangevraagd en nog steeds komen er duizenden euro’s per jaar aan auteursrechten binnen. Hij vertelde ook over het zoeken naar de juiste vertaling. De zin You have a fast car uit Tracy Chapmans nummer Fast car vertaalde hij met Jij rijdt een Roys Royce, en Red red wine van UB40 vertaalde hij met Wit wit bier (want Rode rode wijn was immers twee lettergrepen te veel). Het was een leerzame avond, met een duidelijke lijn en leuke verhalen.

Maartje en Kine- Vreemd Folk

Twee jeugdige vrolijke ‘meiden’, die doen alsof zij optreden in een cruiseschip voor singles. Kine komt uit Noorwegen, Maartje uit Houten. Kine speelt viool, Maartje accordeon. Verder speelt Maartje verschillende gitaar-achtige instrumenten en spelen ze beide ukelele. Ze laten Ierse en Noorse volksmuziek passeren, maar brengen ook klassieke muziek onder de aandacht. Ze vertellen af en toe interessante verhalen en de liedjes zijn best grappig. Een duidelijke rode draad of boodschap ontbrak echter. Op een gegeven moment gingen ze in de zaal kijken of er leuke mannen waren, maar steeds zeiden ze dat er geen waren. Een tijdje later wees Kine naar mij en ging met mij in gesprek. Ik was wel vereerd. Ze barstten we in lachen uit toen ik zei dat ik in 5 gymnasium zat. Ik was te jong. Het was een grappig gesprek. Die avond hoorde ik nog vak m’n naam langskomen. Het was een leuke vrolijke muzikale voorstelling, waarbij vooral het speelse jolige erg leuk was om te zien.

Marc-Marie Huijbregts- Florissant

Marc-Marie begint zijn nieuwe avondvullende voorstelling met het hoogdravende ‘Ich hab’ im Traum geweinet’ van Robert Schumann. Hij wordt begeleid door Nettie Krul, die hem die avond nog drie keer begeleidt. Volgens Marc-Marie kan ze niet meer liedjes spelen dan dat. ‘Naja, nog wel wat meer. Maar ze kan er maar vier heel goed.’ Hij vertelt over zijn moeizame band met zijn vader, maar ook over zijn stemrol als Knorretje in Nijntje de film. Hij stelt zich op momenten erg kwetsbaar op. Zo vertelt hij dat hij geen ouders meer heeft, en ook geen kinderen. Dit is zijn eerste voorstelling als wees. Als jonge jongen zei hij al dat als hij later eenzaam en alleen zou zijn, hij er een eind aan zou maken. Als zijn man Karim zou sterven, weet hij wel wat hij zou doen; hallucinerend in een waterval in IJsland de dood opzoeken. Marc-Marie heeft wat te melden. Humor zit verweven in de verhalen die hij vertelt over zijn familie en zijn familiegeschiedenis. Het zijn geen rake grappen, maar door zijn manier van vertellen moet ik toch af en toe grinniken. Mijn aandacht heeft die avond in ieder geval vastgehouden.

De Kleine Blonde Dood

Op het podium staat in het midden een witte kleine doodskist, een beklemmend symbool. Wanneer William Spaaij, in de rol van Boudewijn, tegen de kist begint te praten, komt er een jongetje uit. Dat jongetje, Misky, is in het verhaal al dood en Baudewijn praat met hem in gedachten. Als kijker ga je terug naar het verleden van Boudewijn en Micky. Het wordt af en toe te warrig, omdat het kleine jongetje soms ook Boudewijn in zijn vroege jaren speelt. Over het thema ‘kinderdood’ kun je beter geen musical maken, of in ieder geval niet op deze manier. Wanneer échte emoties naar voren moeten komen, doet Spaaij zijn handen voor zijn gezicht en begint hij een liedje te zingen. Bovendien zijn de liedjes niet sterk genoeg om de zwakke verhaallijn te compenseren. Een liedje in het bijzonder wordt de hele voorstelling door gezongen, terwijl het geen topnummer is. ‘En de wind die ik zaai, is altijd windtegen.’ Sinds wanneer kan je wind zaaien? Omdat Micky elke keer weer opstaat, komt het niet meer echt geloofwaardig over wanneer hij écht dood is. Een net uitgewerkte musical, maar daar houdt het voor mij op.

Flashdance

Alweer een spetterende voorstelling  van Albert Verlinde Theaterproducties. Flashdance gaat over Alex, die werkt in een staalfabriek. Haar grote passie is dansen, maar omdat ze om haar heen mensen ziet falen die hun droom nastreven, twijfelt ze of ze haar grote droom moet najagen. Waar ik bij Sonneveld, een andere mucical van Albert Verlinde theaterproducties, het musicalgenre niet vond passen, paste het bij Flashdance perfect. Een lekker voorspelbaar verhaal, leuke dansjes en twee heerlijke nummers: Maniac en What a Feeling. Verder werd er Nederlandstalig gezongen. Hoewel het spel en sommige liedjes af en toe wat saai werden, waren er genoeg heerlijke nummers en grappige stukjes. Jim Bakkum was aangenaam voor het oog en het oor. Carry Tefsen, als oude vriendin van Alex, deed me denken aan mijn onlangs overleden vriendin van 96, waar ik ook vaak bij op bezoek ging. Carry had de lachers op haar hand. Een klein minpuntje vond ik dat er vrij weinig werd gedanst voor een voorstelling die Flashdance heet en Anouk Maas als Alex verzorgd haar ingestudeerde pasjes deed, maar geen Maniac, maniac on the floor was. Desondanks heb ik de voorstelling twee keer gezien, waarbij ik meeveerde op de twee grote hits waar de musical bekend om staat.

Van der Laan & Woe- Buutvrij

Ze zijn muzikaal, goed op elkaar ingespeeld en erg humoristisch. Van der Laan & Woe komen met strakke sketches en leuke liedjes. Woordgrappen die neigen naar mopjes en krachtig neergezette typetjes. Ze hebben er duidelijk verstand hoe je een voorstelling goed in elkaar zet. Ondanks dat er geen grote rode draad door het verhaal loopt, komen dingen wel degelijk terug. Soms is dat echter totaal overbodig en voegt een terugwijzing naar een eerdere sketch niets toe en onderbreekt hij de scene alleen maar. Bij vlagen is de voorstelling erg grappig. Zeker een leuke avond voor een melige bui.

Haar naam was Sarah

Een intrigerende vertelling, naar het gelijknamige boek en de gelijknamige film. De film had ik al gezien. Met de voorstelling zijn ze dicht bij de film gebleven. Het verhaal gaat over een Amerikaanse journaliste Julia, die gaat graven in de geschiedenis van haar schoonfamilie en achter het beklemmende verhaal van Sarah, een tienjarig Joods meisje, komt, dat  samen met haar ouders tijdens de razzia in Frankrijk was opgepakt. Haar broertje sloot ze op in de kast, zodat de gendarmen hem niet zouden vinden. Het grootste verschil met de film is, dat je het verhaal niet van Sarah beeldend ziet voorbijkomen, zoals in de film, maar dat het wordt verteld door een vrouw, die de hele voorstelling op de achtergrond blijft en af en toe een deel van het verhaal vertelt. Alle acteurs spelen sterk en geloofwaardig. Het geheel is sober gehouden. Het hele stuk wordt door vijf acteurs gespeeld. Na het succes van het boek en de film is het maken van een toneeluitvoering een veilige keuze. Maar het moet gezegd worden; ook in het theater is het een succes.