De Grote Improvisatieshow- Tijl Beckand, Ruben van de Meer, Jamai Loman, Rick Paul van Mullingen, Wilko Terwijn

De Grote Improvisatieshow… Ik ging erheen omdat ik benieuwd was hoe Tijl en Ruben live zouden overkomen. Ik dacht dat het een vermakelijke avond zou worden en dat werd het ook. De Grote Improvisatieshow is ook op tv geweest, en in het theater was het niet erg anders. Het was een aaneenschakeling van improvisatiespellen, die heel vaak letterlijk uit ‘De Lama’s’ kwamen. Voor een onderdeel was een vrijwilliger nodig. Ik stak m’n hand op en werd uitgekozen. Jamai stelde me allerlei vragen, van m’n hobby’s tot m’n beste vriendin. Ik vertelde onder andere dat ik in mijn eentje naar het theater was gekomen en dat ik recensies schreef. De acteurs speelden m’n leven na. Ik moest in een toeter knijpen als iets niet klopte en bellen als iets wel klopte. De daaropvolgende scène was erg grappig. Ik (gespeeld door Tijl) lag in bed mijn beste vriendins naam te kreunen. Daarna kneep in de toeter; het klopte niet. Daarna kreunde ik (Tijl) Jamai’s naam. Jamai drukte m’n vinger tegen de bel. Later die dag gaf ik (Tijl) Nederlandse les aan Afrikaners, die ik vervolgens als slaven behandelde. Vervolgens zei ik (Tijl) dat ik gek was op zwarte mannen. Ik belde daarna, het klopte enigszins. Daarna kwamen alle Afrikaners op me (Tijl) af met grote piemels, die ze tegen mij (Tijl) aanzweepten. Die avond was ik continu het onderwerp van de grappen. Mijn hobby keramiek, het schrijven van recensies, maar vooral mijn homoseksualiteit kwamen continu terug. Dan ging het over mijn moeder, dan weer over mijn vader en dan over mijn zusje. Het meeste vond ik wel grappig, maar het homoseksuele gedeelte begon ik flauw te vinden. Het was vaak plat en smaakloos. de strekking: piemels, pijpen en kontneuken. In het moordspel was ik de moordenaar, waarbij de acteurs elkaar zonder tekst moesten duidelijk maken dat ik de moordenaar was, door me uit te beelden. Later in de show was er een scène waarin Wilko Terwijn, een dikke harige man, zich moest uitkleden en moest doen als of hij graag jongens van 17 knuffelde (ik dus). Ik rende snel de deur door en Wilko rende me in onderbroek achterna. Er werd mij gezegd dat ik moest gillen en dat deed ik. Daarna rende ik weer naar m’n stoel en kwam hij alsnog tegen me aanstaan. Het rook naar een vieze mengeling van aftershave en mannenzweet. Ergens op het eind zei Tijll als grap dat mijn vader me na de show, opgehangen in mijn kamer, zou aantreffen, waarna hij zei dat ik me niet moest ophangen, want dat zou niet leuk zijn voor de show. Die opmerking vond ik persoonlijk écht te ver gaan, omdat ik zelfmoord geen onderwerp vind om grappen over te maken. De grappen raakten me geen van allen, omdat ik wist dat het niet persoonlijk was. Bovendien had ik er zelf om gevraagd. Uiteindelijk vond ik het ook wel een eer dat de halve voorstelling over mij ging. Al met al had de voorstelling een goed tempo en zat vol rake grappen. Improviseren konden ze als de beste, en in de zaal werd veel gelachen. Een geslaagde avond, waar ik veel heb gelachen, al was het vaak uit een vorm van ongemakkelijkheid.