Raf Walschaerts- Jongen toch

De voorstelling Jongen toch heb ik twee keer gezien. Wat ik was vergeten is dat ik Raf samen met zijn broer, als het duo Kommil Foo ook al eens in het theater heb gezien. Ik vind Raf ijzersterk. Met zijn prachtige stem zong hij soms prachtig gevoelige liedjes, waar je mee in slaap wil vallen, en soms humoristische, bijvoorbeeld over een stier die koeien neukt. Vaak vind ik cabaretiers saai, omdat ze niets te vertellen hebben. Raf Walschaerts had daarentegen een boeiend verhaal. Het was een literair hoogstandje onder de cabaretvoorstellingen, omdat Raf zijn verhaal afwisselde met anekdotes en grappen die hij vervolgens ook nog eens liet terugkomen. Raf hield de aandacht constant vast en boeide me de tweede keer dat ik de voorstelling zag weer. Zowel Raf als de voorstelling is intelligent, muzikaal, interessant en ijzersterk. Een echte aanrader.

Marc-Marie Huijbregts- Florissant

Marc-Marie begint zijn nieuwe avondvullende voorstelling met het hoogdravende ‘Ich hab’ im Traum geweinet’ van Robert Schumann. Hij wordt begeleid door Nettie Krul, die hem die avond nog drie keer begeleidt. Volgens Marc-Marie kan ze niet meer liedjes spelen dan dat. ‘Naja, nog wel wat meer. Maar ze kan er maar vier heel goed.’ Hij vertelt over zijn moeizame band met zijn vader, maar ook over zijn stemrol als Knorretje in Nijntje de film. Hij stelt zich op momenten erg kwetsbaar op. Zo vertelt hij dat hij geen ouders meer heeft, en ook geen kinderen. Dit is zijn eerste voorstelling als wees. Als jonge jongen zei hij al dat als hij later eenzaam en alleen zou zijn, hij er een eind aan zou maken. Als zijn man Karim zou sterven, weet hij wel wat hij zou doen; hallucinerend in een waterval in IJsland de dood opzoeken. Marc-Marie heeft wat te melden. Humor zit verweven in de verhalen die hij vertelt over zijn familie en zijn familiegeschiedenis. Het zijn geen rake grappen, maar door zijn manier van vertellen moet ik toch af en toe grinniken. Mijn aandacht heeft die avond in ieder geval vastgehouden.

Hier is wat ik denk – Wouter Deprez

Cabaret is moeilijk. Zo moeilijk zelfs, dat ik op een gegeven moment het idee had dat ik het helemáál niet meer leuk vond. Gelukkig laat Wouter Deprez me inzien dat er nog wel mensen zijn die het vak van cabaretier goed beheersen. Hij vertelt een interessant verhaal over zijn reis naar Afrika met zijn vrouw. Hij ontstijgt het niveau van praten over binnenlandse politiek en de dikke man die je eens in de bus hebt gezien, zoals veel andere cabaretiers vaak doen. Af en toe leest hij een mopje voor uit een boekje. Hij is het sterks als het absurd wordt. Bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat we met zijn alle de supermarkten moeten overvallen en onszelf op fruitweegschalen moeten wegen om te weten te komen hoe veel we waard zouden zijn als we een hele grote banaan zouden zijn. Hij heeft het veel over zijn relatie met zijn vrouw: over te weinig seks vooral. Dat ze daar niet meer aan toe komen. Zijn interactie met het publiek vind ik grotendeels sterk. Wanner hij aan het publiek vraagt wie er porno kijkt en niemand zijn hand opsteekt, zegt hij: ‘Vreemd dat ze het dan nog maken, dat maken ze dan uit een soort overtuiging en passie.’ Soms ratelt hij heel snel achter elkaar. Het is dan moeilijk hem te volgen, maar het is leuk om te zien dat hij zo zijn best doet. Een goede cabaretvoorstelling, zoals we dat gewend zijn van de Vlamingen.  

Daniel Samkalden- Maar het gaat weer goed met de konijnen

Daniel komt via de ingang op en vertelt het publiek dat hij niet per se ergens heel goed in is. Hij heeft niet zo’n goede zangstem, maar zijn voorstelling is wel talig. Hij vraagt of iedereen het ermee eens is dat hij de avond gaat invullen. Hij zou namelijk niet weten waarom hij per se de avond moet volmaken. Het enige argument is dat hij het moet doen is dat het de afspraak was met het theater, maar dat is volgens hemzelf geen inhoudelijk argument. Uiteindelijk was het unaniem dat hij de avond zou invullen. Ik twijfelde nog even om te zeggen dat ik het wel wilde doen, maar ik kon niks bedenken. Híj speelde achter de piano. Een gitarist begeleidde hem. Zijn liedjes waren erg poëtisch. Vooral het gedicht ‘Maar het gaat weer goed met de konijnen’ vond ik erg goed. Die zin alleen al. Een week van tevoren had ik een stapel kaarten met die zin meegenomen. Ook vertelde hij een dialoog over ons dertigen in de zaal, die heel bijzonder waren. We woonden in Europa, in Nederland, in de gezelligste stad van Nederland, Den Bosch en we waren de enige dertig die nog naar intelligente voorstellingen gingen. Hij vroeg zich af hoe wij naar buiten moesten treden na de voorstelling; of we het voor ons zelf moesten houden of juist niet. Met deze blog ben ik al naar buiten getreden, ik ben Jan Julius Wintermans, één van de dertig, die onwijs is meegezogen in de inspirerende persoon Daniel Samkalden. 

Sander van Opzeeland- I’m back

Nog nooit heb ik zo hard gelachen om een voorstelling. De zaal was erg leeg; er waren maar 25 mensen. Bij één van zijn eerste grappen bulderde ik het al uit. Hij benoemde dat mijn lach goed was en later zei hij tegen het publiek dat hij me niet ingehuurd had. Andere mensen lachten soms met me mee en op een gegeven moment moest hij ook lachen om mijn uitbundige lach. Ik was een soort lachmachine in slechte comediesereis die ook lachte op momenten die helemaal niet grappig zijn. Na de voorstelling lag ik nog steeds in een deuk. Wat ik er precies zo grappig aan vond, kan ik niet goed uitleggen. Héél origineel waren zijn grappen nou ook weer niet en af en toe waren ze best gedateerd (de ALS campagne en Idols). Het zal ‘m liggen aan de juiste toon die hij had, waarmee hij net de juiste snaar bij me raakte. Af en toe nam hij een onderbreking achter de piano, waar hij een heel grappig liedje zong over zijn haat tegen pinguïns, waarbij hij met zijn handen op de piano sloeg. Ik herkende me ook enigszins in hem; de intelligente nerd die het moeilijk vind zich naar de sociale wetten te voegen. Een avond die ik niet snel zal vergeten.

Poolvogel- Wachtlokaal 9

‘Random’, een woord dat je tegenwoordig steeds vaker hoort. Engels voor ‘willekeurig’. Het is erg van toepassing op deze voorstelling. Ik had best veel van de voorstelling verwacht, maar het viel best tegen. Veel dingen werden ‘zomaar’ gedaan (zoals opeens je T-shirt uittrekken). Ook werden scènes veel te ver geabstraheerd, zodat het uiteindelijk nergens meer over ging en veel te ingewikkeld was en daarom zowel niet grappig als ook niet interessant was. Begon de scène leuk, op een gegeven moment begreep je er niets meer van. Ook werden vaak de ‘sukkels’ en de ‘onredelijken’ niet duidelijk neergezet. Was dat wel het geval, dan was het héél grappig. Zoals een jongen van een vriendengroep die alles voor zijn vrienden doet en zijn zelfs al zijn organen afstaat, maar niet eens gezien wordt als echte vriend. Van de ontknoping van de voorstelling heb ik nog lang nagenoten. 

Er zijn nog kaarten (try-out)- Jeroen van Merwijk

Jeroen van Merwijk speelde gisteren zijn eerste try-out. De zaal was trokvol en ik verwachtte er veel van. Vorig jaar had ik ook al een voorstelling van hem gezien (http://www.janjulius.nl/?p=163). Deze voorstelling vond ik nóg beter. Waar hij zijn vorige voorstelling heel politiek georiënteerd was, was dat deze avond helemaal niet. Hij zong liedjes met mooie teksten en vertelde dingen op de manier zoals ik ze nog nooit bekeken had. ‘Mensen die niet scheiden zijn opscheppers, die mensen die scheiden een rot gevoel willen bezorgen. Ga me niet vertellen dat alles in je relatie zo perfect is. Er is áltijd wel een reden om te scheiden.’ Wat wel overeenkwam met de vorige voorstelling, was het gespeelde egoïsme en egocentrisme. Hij vond zich een geweldige kunstschilder en vergeleek zich met Jezus en God. Zo las hij voor uit het heilige boek Jheronimus. Een grappig ‘hoofdstuk’ in het boek gaat over de rapper Kleine Viezerik. Ook erg grappig is wanneer hij verteld dat twee werkjes van zijn hand samen met een boekje van een bekende Britse striptekenaar en een werkje van Picasso in een vitrinekast staan. ‘Noem nog één kunstenaar waarvan twee werkjes samen met een boekje van een bekende Britse striptekenaar en een werkje van Picasso in één vitrinekast staan? Nee, dat lukt je niet.’ Ten afsluiting zong hij nog een heel mooi liedje voor zijn pas overleden collega-caberatier Maarten van Roosendaal, waarin hij zich met hem vergeleek. Een erg mooie try-out van zijn naar eigen zeggen laatste voorstelling.

Jan van Maanen- One Jan Show

Jan van Maanen beoefent authentiek cabaret. In 2010 won hij de Wim Sonneveldprijs. Zijn humor is soms flauw, maar van Maanen weet het op een charmante manier te vertellen. Hij zingt mooie liedjes, die naar eigen zeggen niet te veel over politiek gaan. Hij stelt zich op als gastheer, maar soms had ik het idee dat hij het publiek bezig probeerde te houden (op een gegeven moment laat hij een popje lopen) en het niet meer echt prikkelend was. Toch weet hij met zijn charisma en eigenheid heel ver te komen. Hij zingt een liedje over zijn I-pod, I-phone en I-pad die hij in het water heeft laten vallen, waarna hij er ook nog even een carnavalsversie van maakt. Een cabaretier uniek in zijn soort, die het vak heel goed door heeft.

Mark van der Veerdonk- Weltebarsten

De zaal zat bomvol. Ik kon nog net het laatste plekje bezetten. De voorstelling bestond uit moppen, die aan elkaar gekoppeld werden door een verhaal, dat eigenlijk nergens op sloeg. Zo probeerde Mark er nog een voorstelling van te maken. Het publiek vond het in ieder geval erg grappig. ‘Op mijn twaalfde heb ik voor het eerst gerukt. Onder het laken. Ik voelde me heel schuldig. De kapper vond het ook niet leuk.’ Ook had hij een draaitelefoon op zijn rug, waar dan de stem van zijn moeder uit klonk, die ook grappen vertelde en waar Mark dan heel vermoeid bij keek. Na de pauze zat hij in een telefoonhokje.Van daaruit ging hij weer grappen vertellen. Het was een vermakelijke avond, met veel lachmomenten.

De gebroeders Fretz- Fretz 2025

Ik durf te zeggen dat ik dit de slechtste voorstelling is die ik afgelopen theaterseizoen heb gezien. Op het theater staan Marcel Harteveld en Johan Fretz, samen met een gitarist. Johan Fretz zit aan een stuk door te lullen over politiek. Dat hij de premier van Nederland wil worden in 2025. Ze doen het voor als cabaret, maar als het een ding niet is, is het cabaret. Je ziet verwijzingen naar cabaret, zoals het spelen van liedjes en het proberen iets te zeggen. Ik moet eerlijk toegeven dat er leuke stukjes bijzaten. Zoals het bestuderen en bekritiseren van campagneposters. Wat hij had gezegd, had ik deze verkiezing (die overigens al een tijdje achter de rug is) ook al opgemerkt. Ze zeiden verder alleen niets interessants. Ze hadden het over onderwerpen, waar ze soms iets neutraals over zeiden, die ze soms rechts benaderden en soms enkel benoemden. Het was dus erg leeg. Het was geenszins een leuke avond, omdat het nooit even luchtig was en uiteindelijk gewoon een preek was die nergens op sloeg. Ik bleef dus bij de staande ovatie als enige zitten. Vooral was ik erg verbaasd dat ik met grote letters boven een interview met Johan Fretz in het NRC las dat hij ‘best durfde te zeggen dat hij grappig was’. Aan het eind van de voorstelling maakten ze ook nog het nummer ‘Laura’ van Jan Smit belachelijk, zonder te vermelden dat het eigenlijk ging over Jan Smits vriendin die aan kanker is overleden. Na de voorstelling had ik nog een heel pijnlijk gesprek met Marcel Harteveld. Geen leuke avond dus.