Marc-Marie Huijbregts- Florissant

Marc-Marie begint zijn nieuwe avondvullende voorstelling met het hoogdravende ‘Ich hab’ im Traum geweinet’ van Robert Schumann. Hij wordt begeleid door Nettie Krul, die hem die avond nog drie keer begeleidt. Volgens Marc-Marie kan ze niet meer liedjes spelen dan dat. ‘Naja, nog wel wat meer. Maar ze kan er maar vier heel goed.’ Hij vertelt over zijn moeizame band met zijn vader, maar ook over zijn stemrol als Knorretje in Nijntje de film. Hij stelt zich op momenten erg kwetsbaar op. Zo vertelt hij dat hij geen ouders meer heeft, en ook geen kinderen. Dit is zijn eerste voorstelling als wees. Als jonge jongen zei hij al dat als hij later eenzaam en alleen zou zijn, hij er een eind aan zou maken. Als zijn man Karim zou sterven, weet hij wel wat hij zou doen; hallucinerend in een waterval in IJsland de dood opzoeken. Marc-Marie heeft wat te melden. Humor zit verweven in de verhalen die hij vertelt over zijn familie en zijn familiegeschiedenis. Het zijn geen rake grappen, maar door zijn manier van vertellen moet ik toch af en toe grinniken. Mijn aandacht heeft die avond in ieder geval vastgehouden.

Harry en twee meesters

Harry en de twee meesters  is een vermakelijk middeleeuws spel, dat zich afspeelt op een locatie, een herberg, waar personages in en uit lopen. Jon van Eert heeft het stuk geschreven en staat zelf in het middelpunt. Het is een komedie, waarin verwarring heerst onder de personages. De andere personages zijn niet bijster interessant en jammer genoeg komen er maar weinig absurde monologen van John van Eert zelf voor. Het verhaal zit wel erg goed in elkaar en zowel het decor als de kostuums zijn prachtig. Een heerlijk avondje uit.

Hier is wat ik denk – Wouter Deprez

Cabaret is moeilijk. Zo moeilijk zelfs, dat ik op een gegeven moment het idee had dat ik het helemáál niet meer leuk vond. Gelukkig laat Wouter Deprez me inzien dat er nog wel mensen zijn die het vak van cabaretier goed beheersen. Hij vertelt een interessant verhaal over zijn reis naar Afrika met zijn vrouw. Hij ontstijgt het niveau van praten over binnenlandse politiek en de dikke man die je eens in de bus hebt gezien, zoals veel andere cabaretiers vaak doen. Af en toe leest hij een mopje voor uit een boekje. Hij is het sterks als het absurd wordt. Bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat we met zijn alle de supermarkten moeten overvallen en onszelf op fruitweegschalen moeten wegen om te weten te komen hoe veel we waard zouden zijn als we een hele grote banaan zouden zijn. Hij heeft het veel over zijn relatie met zijn vrouw: over te weinig seks vooral. Dat ze daar niet meer aan toe komen. Zijn interactie met het publiek vind ik grotendeels sterk. Wanner hij aan het publiek vraagt wie er porno kijkt en niemand zijn hand opsteekt, zegt hij: ‘Vreemd dat ze het dan nog maken, dat maken ze dan uit een soort overtuiging en passie.’ Soms ratelt hij heel snel achter elkaar. Het is dan moeilijk hem te volgen, maar het is leuk om te zien dat hij zo zijn best doet. Een goede cabaretvoorstelling, zoals we dat gewend zijn van de Vlamingen.  

De Kleine Blonde Dood

Op het podium staat in het midden een witte kleine doodskist, een beklemmend symbool. Wanneer William Spaaij, in de rol van Boudewijn, tegen de kist begint te praten, komt er een jongetje uit. Dat jongetje, Misky, is in het verhaal al dood en Baudewijn praat met hem in gedachten. Als kijker ga je terug naar het verleden van Boudewijn en Micky. Het wordt af en toe te warrig, omdat het kleine jongetje soms ook Boudewijn in zijn vroege jaren speelt. Over het thema ‘kinderdood’ kun je beter geen musical maken, of in ieder geval niet op deze manier. Wanneer échte emoties naar voren moeten komen, doet Spaaij zijn handen voor zijn gezicht en begint hij een liedje te zingen. Bovendien zijn de liedjes niet sterk genoeg om de zwakke verhaallijn te compenseren. Een liedje in het bijzonder wordt de hele voorstelling door gezongen, terwijl het geen topnummer is. ‘En de wind die ik zaai, is altijd windtegen.’ Sinds wanneer kan je wind zaaien? Omdat Micky elke keer weer opstaat, komt het niet meer echt geloofwaardig over wanneer hij écht dood is. Een net uitgewerkte musical, maar daar houdt het voor mij op.

Flashdance

Alweer een spetterende voorstelling  van Albert Verlinde Theaterproducties. Flashdance gaat over Alex, die werkt in een staalfabriek. Haar grote passie is dansen, maar omdat ze om haar heen mensen ziet falen die hun droom nastreven, twijfelt ze of ze haar grote droom moet najagen. Waar ik bij Sonneveld, een andere mucical van Albert Verlinde theaterproducties, het musicalgenre niet vond passen, paste het bij Flashdance perfect. Een lekker voorspelbaar verhaal, leuke dansjes en twee heerlijke nummers: Maniac en What a Feeling. Verder werd er Nederlandstalig gezongen. Hoewel het spel en sommige liedjes af en toe wat saai werden, waren er genoeg heerlijke nummers en grappige stukjes. Jim Bakkum was aangenaam voor het oog en het oor. Carry Tefsen, als oude vriendin van Alex, deed me denken aan mijn onlangs overleden vriendin van 96, waar ik ook vaak bij op bezoek ging. Carry had de lachers op haar hand. Een klein minpuntje vond ik dat er vrij weinig werd gedanst voor een voorstelling die Flashdance heet en Anouk Maas als Alex verzorgd haar ingestudeerde pasjes deed, maar geen Maniac, maniac on the floor was. Desondanks heb ik de voorstelling twee keer gezien, waarbij ik meeveerde op de twee grote hits waar de musical bekend om staat.

Van der Laan & Woe- Buutvrij

Ze zijn muzikaal, goed op elkaar ingespeeld en erg humoristisch. Van der Laan & Woe komen met strakke sketches en leuke liedjes. Woordgrappen die neigen naar mopjes en krachtig neergezette typetjes. Ze hebben er duidelijk verstand hoe je een voorstelling goed in elkaar zet. Ondanks dat er geen grote rode draad door het verhaal loopt, komen dingen wel degelijk terug. Soms is dat echter totaal overbodig en voegt een terugwijzing naar een eerdere sketch niets toe en onderbreekt hij de scene alleen maar. Bij vlagen is de voorstelling erg grappig. Zeker een leuke avond voor een melige bui.

Mooi lied

Twee Vlaamse mannen (Frank Boddin en Mathieu Engels) en drie Nederlandse vrouwen ( Kiki Schippers, Elke Vierveijzer en de reeds afgestudeerde Kirsten van Teijn) van de Koningstheateracademie. Tussen hen in speelt een man steengoed gitaar. Ze zingen een selectie van de beste kleinkunstliedjes, apart en samen. Een mooie selectie, prachtig uitgevoerd. Ingetogen en gevoelig (Terug bij af van Harrie Jekkers, die avond uitgevoerd door Mathieu Engels), dan weer groots en meeslepend (Mooi van Maarten van Roozendaal, door Elke Vierveijzer). Een avond vol mooie liedjes.

Katinka Polderman- Polderman baart zorgen (voorpremière)

De grote zaal zit lekker vol. Rechts staat een klein huiskamertje met een camera ervoor. Op de wand erachter wordt het groot geprojecteerd. Katinka heeft een typische toon in haar stem, wat erg in haar voordeel werkt. Ze heeft fantastische liedjes. Soms benoemt ze iets waar ze niet later op terug komt, wat vreemd is. Ze heeft het ook over de tentoonstelling ‘Fuck Off 2′, wat ik een erg intrigerende tentoonstelling vind. Zij zelf praat er over alsof het onzin is, wat ik niet zo sterk vind. Het grappigste stukje vind ik die, waar ze het heeft over een gruwelijke marteling, waarbij bij een gemartelde de longen worden uitgehaald zodat hij stikt. ‘En wanneer het een écht grote boef was, strooiden ze er ook nog zout op. Nu hoor ik allemaal “ah” in de zaal, maar het was wel een stráf hè!’ Later speelt ze ‘Rijdende Rechter de Musical’, met een zelf gebouwd decortje, met kaartjes, bewegende achtergronden en stokjes, in dezelfde doos als waar haar huiskamer was afgebeeld. Ook zingen de poppetjes liedjes uit bestaande musicals met eigen teksten. Het is erg vermakelijk en vrolijk, maar het duurt te lang. Ze kan beter de liedjes wat korter maken. Verder weidt ze nog te lang uit over een reactie op ‘Pipapijpen’ op youtube. Een leuke voorstelling, waar erg grappige stukjes in zitten, maar ze af en toe te lang blijft steken.

Daniel Samkalden- Maar het gaat weer goed met de konijnen

Daniel komt via de ingang op en vertelt het publiek dat hij niet per se ergens heel goed in is. Hij heeft niet zo’n goede zangstem, maar zijn voorstelling is wel talig. Hij vraagt of iedereen het ermee eens is dat hij de avond gaat invullen. Hij zou namelijk niet weten waarom hij per se de avond moet volmaken. Het enige argument is dat hij het moet doen is dat het de afspraak was met het theater, maar dat is volgens hemzelf geen inhoudelijk argument. Uiteindelijk was het unaniem dat hij de avond zou invullen. Ik twijfelde nog even om te zeggen dat ik het wel wilde doen, maar ik kon niks bedenken. Híj speelde achter de piano. Een gitarist begeleidde hem. Zijn liedjes waren erg poëtisch. Vooral het gedicht ‘Maar het gaat weer goed met de konijnen’ vond ik erg goed. Die zin alleen al. Een week van tevoren had ik een stapel kaarten met die zin meegenomen. Ook vertelde hij een dialoog over ons dertigen in de zaal, die heel bijzonder waren. We woonden in Europa, in Nederland, in de gezelligste stad van Nederland, Den Bosch en we waren de enige dertig die nog naar intelligente voorstellingen gingen. Hij vroeg zich af hoe wij naar buiten moesten treden na de voorstelling; of we het voor ons zelf moesten houden of juist niet. Met deze blog ben ik al naar buiten getreden, ik ben Jan Julius Wintermans, één van de dertig, die onwijs is meegezogen in de inspirerende persoon Daniel Samkalden. 

Lennete van Dongen- Roedel

Roedel gaat over een futloze vrouw in een midlifecrises. Ze heeft alles al en weet niet wat ze met haar leven aan moet. Ze kijkt op tegen haar tante, die nooit futloos was, de hele dag straalde en die uiteindelijk als een gewoon mens in een ziekenhuisbed stierf. Ze neemt een hond, maar vindt zichzelf geen leider. Het was me al snel duidelijk dat ik niet de doelgroep was. Ik ben nou niet bepaald een futloze vrouw van middelbare leeftijd, eerder een levenslustige jongeling. Lenette vertelde veel alledaagse dingen en niks wat ik nog nooit gehoord had. Ook had ze een grote wand van matrassen, (ze wilde alle zielige matrassen op straat redden (?!)), waarop met een grote beamer dingen te zien waren, waaronder een reeks idioot uitziende hondjes. Mij boeide dat weinig tot niet, aangezien er op internetsites tegenwoordig veel grappigere plaatjes te zien zijn. Ook bleef ze wel erg veel herhalen hoe futloos ze was en ging ze meerdere keren onderuitgezakt in haar piama op haar luie stoel zitten. Op het eind van de voorstelling kwam haar overleden tante naar beneden (een buikspreekpop), die Lenette zelf liet praten. Op de een of andere manier kon ik daar niet zo goed tegen. De avond kreeg ze wel volgepraat, al kan ik het geen cabaret noemen. Laten we het houden op standup-comedy met multi-media.