Lennete van Dongen- Roedel

Roedel gaat over een futloze vrouw in een midlifecrises. Ze heeft alles al en weet niet wat ze met haar leven aan moet. Ze kijkt op tegen haar tante, die nooit futloos was, de hele dag straalde en die uiteindelijk als een gewoon mens in een ziekenhuisbed stierf. Ze neemt een hond, maar vindt zichzelf geen leider. Het was me al snel duidelijk dat ik niet de doelgroep was. Ik ben nou niet bepaald een futloze vrouw van middelbare leeftijd, eerder een levenslustige jongeling. Lenette vertelde veel alledaagse dingen en niks wat ik nog nooit gehoord had. Ook had ze een grote wand van matrassen, (ze wilde alle zielige matrassen op straat redden (?!)), waarop met een grote beamer dingen te zien waren, waaronder een reeks idioot uitziende hondjes. Mij boeide dat weinig tot niet, aangezien er op internetsites tegenwoordig veel grappigere plaatjes te zien zijn. Ook bleef ze wel erg veel herhalen hoe futloos ze was en ging ze meerdere keren onderuitgezakt in haar piama op haar luie stoel zitten. Op het eind van de voorstelling kwam haar overleden tante naar beneden (een buikspreekpop), die Lenette zelf liet praten. Op de een of andere manier kon ik daar niet zo goed tegen. De avond kreeg ze wel volgepraat, al kan ik het geen cabaret noemen. Laten we het houden op standup-comedy met multi-media.

philharmonie zuidnederland

In kan me nog herinneren dat we in de kleuterklas een orkestje vormden en ik de dirigent mocht zijn. Die tijd wilde ik dirigent worden als ik later groot was. Een jaar geleden werd de liefde weer aangewakkerd toen ik Maestro op tv zag; een afvalrace waarbij bekende Nederlanders een orkest mochten dirigeren. Er stonden ook instructiefilmpjes op internet, die ik allemaal bekeek. Uren zat ik voor het scherm te dirigeren. Gefascineerd zat ik toen ook te luisteren naar het Brabants Orkest. Na lang wachten kon ik eindelijk weer naar een klassiek concert; dit keer van de philharmonie, een fusie van het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest. Afgelopen week heb ik twee prachtige concerten van hen gehoord. Twee uur lang keek ik naar de strijkstokken die tegelijk omhooggingen, naar de dirigent die met zachte hand het orkest stuurde en werd ik vervuld van het orgasme aan geluid op het eind. Het volgende concert was minstens net zo mooi. Edwin Rutte presenteerde de avond. Die avond was er een prachtige sopraan die tot 2020 was volgeboekt. Ze haalde ongekende hoogtes met haar stem. Meerdere malen kreeg ze ene staande ovatie. Ook was er een bariton, die ook onwijs goed zong en af en toe samen met de sopraan zong. Het was een betoverende avond. Het philharmonisch orkest zette twee meesterconcerten neer en ik kijk nu al uit naar de volgende.

Lauri Brons- Ik zing zo lenig in de warte

Wanneer ik de zaal in loop voel ik iets tegen m’n hoofd aan komen. Ik zie dat een vrouw in het midden van de zaal iets heeft gegooid. De vrouw heeft een jurk aan en kralenkettingen om. Ze zingt met een klassieke operastem Engelse, Nederlandse, Duitse en Italiaanse poëtische liedjes. De kinderen in de zaal kijken vol aandacht naar haar, ook al kunnen ze het merendeel van de liedjes niet begrijpen. Ik moet lachen wanneer ze zegt dat ze niks mag van haar ouders, omdat ze tien is. Op een gegeven moment gaat ze tot mijn verbazing op mijn schoot zitten. Lauri Brons verrast met haar klassieke stem jong en oud.

De bloem van de natie brengt u in vervoering

Een man komt op het podium en zucht. Daarna gaat hij af, komt weer op, buigt en gaat weer af. De rest van de makers komen op voor de nabespreking van het toneelstuk ‘de zucht’. Wat is de betekenis van die ene zucht? Een lang filosofisch gesprek komt op gang. De voorstelling werkt erg op de lach. Elk van de vijf mannen heeft zijn eigen trekjes en komen vaker op dezelfde dingen terug. Ook kabbelen de gesprekken soms erg door of zijn ze erg onzinnig. Een heerlijk authentieke voorstelling waar je met een brede lach van weg gaat.

Studio Orka- Spectaculaire voorstelling

Na een inleiding en lang wachten begon voor ons, de tweede groep publiek, de voorstelling. Een groep mannen brak langzaam de publiekstribune af waar we op uitkeken. Ik had al snel door dat er geen wending in de voorstelling zou komen. Na een uur was de voorstelling afgelopen. In dat uur werd ik wel creatief en ging ik over van alles fantaseren, waar ik zelfs een beetje melig van werd. Ik ben verslaafd aan prikkels en ben lang niet de enige. Het was dus vrij vermoeiend voor me om de hele voorstelling uit te zitten. Een paar mensen waren weggelopen. Na de voorstelling hoorde ik dat sommige mensen in eerdere opvoeringen helemaal ontroerd waren. Anderen voelden zich bedrogen. Wat ik me nog afvroeg: wat had de eerste groep gezien? Die had gezien hoe de tribune waar wij op zaten opgebouwd werd.

ArfArf/Twan Mickers- Oddmanout

 

Twan Mickers prikkelt in ‘Oddmanout’ de kijker. Hij dwingt hem stil te staan bij vragen die op het eerste gezicht simpel lijken, maar toch moeilijk te beantwoorden blijken. Is de laatste traptrede een traptrede of de vloer van de nieuwe verdieping? Is een grap een grap als er niet om gelachen wordt? Mickers haalt dingen uit hun context en geeft ze zo een andere betekenis. Hij brengt de kijker in verwarring en laat hem af en toe lachen. Het geheel doet denken aan een college op de universiteit, maar door de beweging, het geluid en het speelse karakter van de voorstelling is het toch meer dan dat.

 

FC Bergman/ Toneelhuis- 300 EL X 50 EL X 30 EL

 

Een klein dorp. Zes huisjes. In het midden zit een man te vissen. Het publiek kijkt als een gluurder wat er gebeurt in de kleine huisjes; wat de camera registreert. Want om de huisjes heen rijdt een camera die het publiek inkijk geeft in de levens van de bewoners. Het publiek kijkt op het grote scherm naar videobeelden, maar ziet ondertussen ook het dorp met z’n eigen ogen.

‘FC Bergman’ schetst in ‘300 EL X 50 EL X 30’ een absurde werkelijkheid. In de huisjes speelt zich elk een ander tafereel af. Stef Aerts, die samen met Joé Agemans, Bart Hollanders, Mateo Simoni, Tomas Verstraeten en Marie Vinck ‘FC Bergman’ vormt, legde in een interview uit dat ‘300 EL X 50 EL X 30 EL’ een verhaal is over mensen die niet met hun sterfelijkheid om kunnen gaan en die daar waanzinnig van worden.

De mensen in het dorpje leven langs elkaar heen, maar komen op momenten samen. Wanneer er een onbekend geluid klinkt, er een schaap uit de vijver wordt gehaald of wanneer twee van de dorpelingen samen het dorp willen ontvluchten.

In ‘300 EL X 50 EL X 30 EL’ worden een sterke cast, een prachtig decor en goede muziek met elkaar gecombineerd. De voorstelling is visueel heel sterk en prikkelt van begin tot eind. Het publiek voelt zich soms ongemakkelijk en moet af en toe lachen. Wanneer je zaal hebt verlaten denk je: ‘Wat heb ik nou toch gezien?’ Om er daarna een nachtje over te slapen.

 

 

 

Seth Gaaikema- Wat ik nog graag zou willen doen!

Ik was voor de voorstelling nog helemaal niet niet met Seth Gaaikema bekend. Het publiek was erg oud. De avond was zijn afscheidsvoorstelling. Het was de allerlaatste keer, al zou het zomaar kunnen dat hij van gedachte verandert. De voorstelling zat vol mooie liedjes. Vóór hem stond een multomap uitgewaaierd, waar hij zo nu en dan op keek en af en toe ging hij erbij zitten. Hij werd begeleid door pianist Erik Vlasblom. Ik zag in Seth een oude enthousiaste man, met grappige uitspraken. Hij had ook iets aandoenlijks en kwetsbaars over zich heen. Hij vertelde dat, toen zijn vader de vakantie af had gezegd, zijn moeder zei: ‘We hebben het verheugen tenminste gehad.’ Verder was zijn opstandigheid ook erg leuk om te zien; ‘Wie is er vóór de weigerambtenaar? Niemand? Ik wel. Als jezelf respecterende homo heb je het recht een ambtenaar te weigeren, omdat hij slechte speeches heeft of zich slecht heeft voorbereid.’ Ik zat met een grote lach naar hem te kijken. Met moeite heeft hij z’n liedjes gezongen, en ook één voor zijn man, die ook in de zaal zat. Een mooie afscheidsvoorstelling. 

Woodstock the story

Een voorstelling over het muziekfestival uit 1996. De show werd gepresenteerd door een acteur, die het op een grappige manier aan elkaar praatte. Er waren zangers, een zangeres en een band. Er werd bijzonder goed gezongen, maar ook het gitaarspel en het spel van de andere instrumenten was van hoge kwaliteit. Vooral de leadzanger, Matin van der Starre, scoorde hoge ogen. Een groep topmuzikanten. De sfeer was compleet door citaten en nagespleelde stukjes van het festival. Een voorstelling die de verwachtingen eer aandoet.

Alice in Wonderland- Orkater en Holland Symfonia

Alice in Wonderland is de ultieme feel good familievoorstelling. Tjitske Reidinga die de zevenjarige Alice speelde, deed me erg denken aan haar rol in Klokhuis als prinsesje Petronella. Ze komt terecht in het muzikale wonderland, waar je werd gestraft als je vals zong. Ze komt in aanraking met bizarre figuren en uiteindelijk de boze koningin, die ik erg sterk gespeeld vond. Ook leuk was dat dirigent Hendrik Schaefer, die ik kende als coach in het programma Maestro, de rol vervulde van man van de koningin. Je kon merken dat hij geen acteur was, maar dat maakte niks uit. Dat Alice bijna onthoofd werd, vond ik niet echt passen bij een familievoorstelling (een meisje achter me: ‘dat is niet leuk’), maar verder zou ik het iedereen aanraden.