Raf Walschaerts- Jongen toch

De voorstelling Jongen toch heb ik twee keer gezien. Wat ik was vergeten is dat ik Raf samen met zijn broer, als het duo Kommil Foo ook al eens in het theater heb gezien. Ik vind Raf ijzersterk. Met zijn prachtige stem zong hij soms prachtig gevoelige liedjes, waar je mee in slaap wil vallen, en soms humoristische, bijvoorbeeld over een stier die koeien neukt. Vaak vind ik cabaretiers saai, omdat ze niets te vertellen hebben. Raf Walschaerts had daarentegen een boeiend verhaal. Het was een literair hoogstandje onder de cabaretvoorstellingen, omdat Raf zijn verhaal afwisselde met anekdotes en grappen die hij vervolgens ook nog eens liet terugkomen. Raf hield de aandacht constant vast en boeide me de tweede keer dat ik de voorstelling zag weer. Zowel Raf als de voorstelling is intelligent, muzikaal, interessant en ijzersterk. Een echte aanrader.

Koningstheateracademie/ Cabaretfirma PIETER BOUWMAN/ MARCO HORTA LOPES

Het doel van Pieter en Marco was om in één dag een voorstelling te maken, als meester en leerling. Dat is gelukt. Als thema hadden de twee mannen hun leeftijdsverschil genomen. Zo begon de voorstelling met Pieter in een bad, die door Marco gewassen werd. Verder ging het over Pieters slechte conditie en zijn onbegrip over de I-pad. Marco had de lachers op zijn hand toen hij playbackte op een nummer van B-brave, een Nederlandstalige boyband, en uiteindelijk poedersuiker over zich heen gooide. Ook ging hij in een prinsessenjurk met een spiegel langs het publiek als een soort Jomanda. Een bijzonder geslaagde humoristische voorstelling.

De Vagina Monologen: Anne van Veen, Hetty Heyting en Angela Groothuizen

Het was misschien een niet voor de hand liggende keuze om naar De Vagina Monologen te gaan, omdat het ook nog eens lady’s night was. Niet echt de plek waar je een 17 jarige jongen zou verwachten. Een jongen van het personeel zei lachend: “Ga je naar de Vagina Monologen?’ Anne van Veen, Hetty Heyting en Angela Groothuizen waren voor die avond de drie vrouwen die de monologen mochten voorlezen. Centraal in elk verhaal stond de vagina. Ik was erg onder de indruk van de drie vrouwen, die alledrie iets toevoegden en op hun eigen manier de verhalen brachten. Anne van Veen (dochter van) vertelde een verhaal  over een vrouw die van haar man haar vagina kaal moest scheren. Hij had seks met andere vrouwen omdat zijn vrouw zich niet wilde aanpassen voor hem. Wanneer Anne een Duitse psychiater nadeed die uitriep: “Je moet niet zo egoïstisch zijn, in een relatie is het geven en nemen!’ bulderde ik van het lachen. Voor me hoorde ik een vrouw zeggen: ‘Hé, dat is een mannenlach.’ De stukken waren soms ook erg ernstig, bijvoorbeeld over walgelijke verkrachtingen, waarbij de vagina werd beschreven als vuilstort. Ook bij het stuk waarbij de vrouwen allemaal verschillende kreunen nadeden, van de babykreun tot de hondenkreun, barstte ik in lachen uit. Ook daar werd bij mij de juiste snaar geraakt. Een leerzame avond, misschien zelfs vooral voor mannen.

Maartje en Kine- Vreemd Folk

Twee jeugdige vrolijke ‘meiden’, die doen alsof zij optreden in een cruiseschip voor singles. Kine komt uit Noorwegen, Maartje uit Houten. Kine speelt viool, Maartje accordeon. Verder speelt Maartje verschillende gitaar-achtige instrumenten en spelen ze beide ukelele. Ze laten Ierse en Noorse volksmuziek passeren, maar brengen ook klassieke muziek onder de aandacht. Ze vertellen af en toe interessante verhalen en de liedjes zijn best grappig. Een duidelijke rode draad of boodschap ontbrak echter. Op een gegeven moment gingen ze in de zaal kijken of er leuke mannen waren, maar steeds zeiden ze dat er geen waren. Een tijdje later wees Kine naar mij en ging met mij in gesprek. Ik was wel vereerd. Ze barstten we in lachen uit toen ik zei dat ik in 5 gymnasium zat. Ik was te jong. Het was een grappig gesprek. Die avond hoorde ik nog vak m’n naam langskomen. Het was een leuke vrolijke muzikale voorstelling, waarbij vooral het speelse jolige erg leuk was om te zien.

Marc-Marie Huijbregts- Florissant

Marc-Marie begint zijn nieuwe avondvullende voorstelling met het hoogdravende ‘Ich hab’ im Traum geweinet’ van Robert Schumann. Hij wordt begeleid door Nettie Krul, die hem die avond nog drie keer begeleidt. Volgens Marc-Marie kan ze niet meer liedjes spelen dan dat. ‘Naja, nog wel wat meer. Maar ze kan er maar vier heel goed.’ Hij vertelt over zijn moeizame band met zijn vader, maar ook over zijn stemrol als Knorretje in Nijntje de film. Hij stelt zich op momenten erg kwetsbaar op. Zo vertelt hij dat hij geen ouders meer heeft, en ook geen kinderen. Dit is zijn eerste voorstelling als wees. Als jonge jongen zei hij al dat als hij later eenzaam en alleen zou zijn, hij er een eind aan zou maken. Als zijn man Karim zou sterven, weet hij wel wat hij zou doen; hallucinerend in een waterval in IJsland de dood opzoeken. Marc-Marie heeft wat te melden. Humor zit verweven in de verhalen die hij vertelt over zijn familie en zijn familiegeschiedenis. Het zijn geen rake grappen, maar door zijn manier van vertellen moet ik toch af en toe grinniken. Mijn aandacht heeft die avond in ieder geval vastgehouden.

Hier is wat ik denk – Wouter Deprez

Cabaret is moeilijk. Zo moeilijk zelfs, dat ik op een gegeven moment het idee had dat ik het helemáál niet meer leuk vond. Gelukkig laat Wouter Deprez me inzien dat er nog wel mensen zijn die het vak van cabaretier goed beheersen. Hij vertelt een interessant verhaal over zijn reis naar Afrika met zijn vrouw. Hij ontstijgt het niveau van praten over binnenlandse politiek en de dikke man die je eens in de bus hebt gezien, zoals veel andere cabaretiers vaak doen. Af en toe leest hij een mopje voor uit een boekje. Hij is het sterks als het absurd wordt. Bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat we met zijn alle de supermarkten moeten overvallen en onszelf op fruitweegschalen moeten wegen om te weten te komen hoe veel we waard zouden zijn als we een hele grote banaan zouden zijn. Hij heeft het veel over zijn relatie met zijn vrouw: over te weinig seks vooral. Dat ze daar niet meer aan toe komen. Zijn interactie met het publiek vind ik grotendeels sterk. Wanner hij aan het publiek vraagt wie er porno kijkt en niemand zijn hand opsteekt, zegt hij: ‘Vreemd dat ze het dan nog maken, dat maken ze dan uit een soort overtuiging en passie.’ Soms ratelt hij heel snel achter elkaar. Het is dan moeilijk hem te volgen, maar het is leuk om te zien dat hij zo zijn best doet. Een goede cabaretvoorstelling, zoals we dat gewend zijn van de Vlamingen.  

Van der Laan & Woe- Buutvrij

Ze zijn muzikaal, goed op elkaar ingespeeld en erg humoristisch. Van der Laan & Woe komen met strakke sketches en leuke liedjes. Woordgrappen die neigen naar mopjes en krachtig neergezette typetjes. Ze hebben er duidelijk verstand hoe je een voorstelling goed in elkaar zet. Ondanks dat er geen grote rode draad door het verhaal loopt, komen dingen wel degelijk terug. Soms is dat echter totaal overbodig en voegt een terugwijzing naar een eerdere sketch niets toe en onderbreekt hij de scene alleen maar. Bij vlagen is de voorstelling erg grappig. Zeker een leuke avond voor een melige bui.

Katinka Polderman- Polderman baart zorgen (voorpremière)

De grote zaal zit lekker vol. Rechts staat een klein huiskamertje met een camera ervoor. Op de wand erachter wordt het groot geprojecteerd. Katinka heeft een typische toon in haar stem, wat erg in haar voordeel werkt. Ze heeft fantastische liedjes. Soms benoemt ze iets waar ze niet later op terug komt, wat vreemd is. Ze heeft het ook over de tentoonstelling ‘Fuck Off 2′, wat ik een erg intrigerende tentoonstelling vind. Zij zelf praat er over alsof het onzin is, wat ik niet zo sterk vind. Het grappigste stukje vind ik die, waar ze het heeft over een gruwelijke marteling, waarbij bij een gemartelde de longen worden uitgehaald zodat hij stikt. ‘En wanneer het een écht grote boef was, strooiden ze er ook nog zout op. Nu hoor ik allemaal “ah” in de zaal, maar het was wel een stráf hè!’ Later speelt ze ‘Rijdende Rechter de Musical’, met een zelf gebouwd decortje, met kaartjes, bewegende achtergronden en stokjes, in dezelfde doos als waar haar huiskamer was afgebeeld. Ook zingen de poppetjes liedjes uit bestaande musicals met eigen teksten. Het is erg vermakelijk en vrolijk, maar het duurt te lang. Ze kan beter de liedjes wat korter maken. Verder weidt ze nog te lang uit over een reactie op ‘Pipapijpen’ op youtube. Een leuke voorstelling, waar erg grappige stukjes in zitten, maar ze af en toe te lang blijft steken.

Daniel Samkalden- Maar het gaat weer goed met de konijnen

Daniel komt via de ingang op en vertelt het publiek dat hij niet per se ergens heel goed in is. Hij heeft niet zo’n goede zangstem, maar zijn voorstelling is wel talig. Hij vraagt of iedereen het ermee eens is dat hij de avond gaat invullen. Hij zou namelijk niet weten waarom hij per se de avond moet volmaken. Het enige argument is dat hij het moet doen is dat het de afspraak was met het theater, maar dat is volgens hemzelf geen inhoudelijk argument. Uiteindelijk was het unaniem dat hij de avond zou invullen. Ik twijfelde nog even om te zeggen dat ik het wel wilde doen, maar ik kon niks bedenken. Híj speelde achter de piano. Een gitarist begeleidde hem. Zijn liedjes waren erg poëtisch. Vooral het gedicht ‘Maar het gaat weer goed met de konijnen’ vond ik erg goed. Die zin alleen al. Een week van tevoren had ik een stapel kaarten met die zin meegenomen. Ook vertelde hij een dialoog over ons dertigen in de zaal, die heel bijzonder waren. We woonden in Europa, in Nederland, in de gezelligste stad van Nederland, Den Bosch en we waren de enige dertig die nog naar intelligente voorstellingen gingen. Hij vroeg zich af hoe wij naar buiten moesten treden na de voorstelling; of we het voor ons zelf moesten houden of juist niet. Met deze blog ben ik al naar buiten getreden, ik ben Jan Julius Wintermans, één van de dertig, die onwijs is meegezogen in de inspirerende persoon Daniel Samkalden. 

Sander van Opzeeland- I’m back

Nog nooit heb ik zo hard gelachen om een voorstelling. De zaal was erg leeg; er waren maar 25 mensen. Bij één van zijn eerste grappen bulderde ik het al uit. Hij benoemde dat mijn lach goed was en later zei hij tegen het publiek dat hij me niet ingehuurd had. Andere mensen lachten soms met me mee en op een gegeven moment moest hij ook lachen om mijn uitbundige lach. Ik was een soort lachmachine in slechte comediesereis die ook lachte op momenten die helemaal niet grappig zijn. Na de voorstelling lag ik nog steeds in een deuk. Wat ik er precies zo grappig aan vond, kan ik niet goed uitleggen. Héél origineel waren zijn grappen nou ook weer niet en af en toe waren ze best gedateerd (de ALS campagne en Idols). Het zal ‘m liggen aan de juiste toon die hij had, waarmee hij net de juiste snaar bij me raakte. Af en toe nam hij een onderbreking achter de piano, waar hij een heel grappig liedje zong over zijn haat tegen pinguïns, waarbij hij met zijn handen op de piano sloeg. Ik herkende me ook enigszins in hem; de intelligente nerd die het moeilijk vind zich naar de sociale wetten te voegen. Een avond die ik niet snel zal vergeten.