Allez- Gerard van Maasakkers

Gerard speelde in de Grote Zaal, samen met een toetsenist, een drummer en een bassist. Hij zong oude en nieuwe liedjes. Gerard heeft een prachtig eigen geluid. De begeleiding was erg aangenaam. De zaal zat helemaal vol en dat kwam volgens mij door de warmte en rust die hij uitstraalde. Hij deed zelfs een soort jezusgebaar, waarbij hij zijn armen ophief, maar bij hem pikte ik het. Een voorbeeld van een authentieke artiest die de zaal aan zijn voeten heeft.

Martijn Koning- Het jaar van Martijn (try-out)

Het is de try-out van Martijns eerste avondvullende voorstelling. Martijn zegt in zijn voorstelling iets wat ik al vaker van standup-comedians had gehoord; ‘Ik ben in mijn jeugd anders dan de rest geweest, ik kijk anders tegen dingen aan.’ Vrij standaard dus. Om daarna de avond te vullen met grappen. Rare situaties bijvoorbeeld, die hij helemaal uitlegt. ‘Moet je je voorstellen dat…’ Echt lachen moet ik niet, in tegenstelling tot veel andere mensen. Martijn laat niks van een kant zien die ik nog niet gezien heb en vertelt in principe niks met zijn voorstelling. Op een gegeven moment pakte hij er een brief die hij op de post wilde doen voor zijn vriendin, waar persoonlijke informatie in staat. Het is een mislukte poging tot een beetje diepgang. Martijn kan goed praten en grappen vertellen, al vind ik het niets vernieuwends. Hij wil de populaire jongen spelen en vind het nodig homoseksualiteit aan te kaarten op een negatieve manier. Hij zegt daar (wederom) verder niets mee, hij brengt het gewoon als iets wat logischerwijs vies is. Ik heug me nog een zin waarin hij eerst in het Frans en daarna in het Nederlands ‘alle vieze homo’s moeten dood’ zegt, en daarna ‘zo klinkt dat nog best mooi’. Een vlotte babbelaar die aan de kroeg en in de zaal de mensen met zich mee heeft, op mij na dan.

Poolvogel- Wachtlokaal 9

‘Random’, een woord dat je tegenwoordig steeds vaker hoort. Engels voor ‘willekeurig’. Het is erg van toepassing op deze voorstelling. Ik had best veel van de voorstelling verwacht, maar het viel best tegen. Veel dingen werden ‘zomaar’ gedaan (zoals opeens je T-shirt uittrekken). Ook werden scènes veel te ver geabstraheerd, zodat het uiteindelijk nergens meer over ging en veel te ingewikkeld was en daarom zowel niet grappig als ook niet interessant was. Begon de scène leuk, op een gegeven moment begreep je er niets meer van. Ook werden vaak de ‘sukkels’ en de ‘onredelijken’ niet duidelijk neergezet. Was dat wel het geval, dan was het héél grappig. Zoals een jongen van een vriendengroep die alles voor zijn vrienden doet en zijn zelfs al zijn organen afstaat, maar niet eens gezien wordt als echte vriend. Van de ontknoping van de voorstelling heb ik nog lang nagenoten. 

Er zijn nog kaarten (try-out)- Jeroen van Merwijk

Jeroen van Merwijk speelde gisteren zijn eerste try-out. De zaal was trokvol en ik verwachtte er veel van. Vorig jaar had ik ook al een voorstelling van hem gezien (http://www.janjulius.nl/?p=163). Deze voorstelling vond ik nóg beter. Waar hij zijn vorige voorstelling heel politiek georiënteerd was, was dat deze avond helemaal niet. Hij zong liedjes met mooie teksten en vertelde dingen op de manier zoals ik ze nog nooit bekeken had. ‘Mensen die niet scheiden zijn opscheppers, die mensen die scheiden een rot gevoel willen bezorgen. Ga me niet vertellen dat alles in je relatie zo perfect is. Er is áltijd wel een reden om te scheiden.’ Wat wel overeenkwam met de vorige voorstelling, was het gespeelde egoïsme en egocentrisme. Hij vond zich een geweldige kunstschilder en vergeleek zich met Jezus en God. Zo las hij voor uit het heilige boek Jheronimus. Een grappig ‘hoofdstuk’ in het boek gaat over de rapper Kleine Viezerik. Ook erg grappig is wanneer hij verteld dat twee werkjes van zijn hand samen met een boekje van een bekende Britse striptekenaar en een werkje van Picasso in een vitrinekast staan. ‘Noem nog één kunstenaar waarvan twee werkjes samen met een boekje van een bekende Britse striptekenaar en een werkje van Picasso in één vitrinekast staan? Nee, dat lukt je niet.’ Ten afsluiting zong hij nog een heel mooi liedje voor zijn pas overleden collega-caberatier Maarten van Roosendaal, waarin hij zich met hem vergeleek. Een erg mooie try-out van zijn naar eigen zeggen laatste voorstelling.

Echt Bosch Theater- Hôôgste Nôôt veur ‘t Grôôt

De grote zaal is stampvol. Het is al de 7e uitvoering van de voorstelling. Achter me hoor ik al wat Bossche vrouwen te roddelen. Dit is een voorbode voor de inhoud van de voorstelling, plat-Brabantse praat en een soort Samson-en-Gert verhaal. Af en toe moet ik best een beetje gniffelen, maar vooral omdat twee dames achter me om werkelijk elke zin lachen (als vervanging voor de lachmachine bij komedieseries). Gisela Hillebrant, in de rol van Mabel van den Dungen, is verantwoordelijk voor ruim 90% van de lachmomenten. Ze speelt een vrouw die hangt tussen een kakmadam en een ordinaire Bossche. Sommige scènes zijn totaal overbodig, zoals die waarin twee vrouwen dansen op oude muziek,  terwijl ze kledinghangers met jurken voor zich houden. Overigens moesten de dames achter me daar óók kostelijk om lachen. Concluderend een avond die aan de verwachtingen van de bezoekers voldoet; een komische voorstelling in plat Bosch dialect.

Het Thriller Theater- De man die het wist

De man die het wist is een strak in elkaar gezet stuk, gespeeld door 5 acteurs. Het is samengesteld uit fragmenten van Alfred Hitchcock’s films. Ze verzorgen zelf alle special effects. Er zijn beelden op een beamer en verder maken ze kunstig gebruik van minimale middelen: stoelen, bankjes, vogels en takken aan touwtjes, doeken en een fiets. De bewegingen en videobeelden, samen met de ‘special effects’ zijn kunstig op elkaar afgestemd, bijvoorbeeld bij een scene waar de hoofdpersoon dronken achter het stuur zit. Af en toe is het grappig, als wordt benoemd dat het een toneelstuk is (‘schiet maar op, anders raakt de spanning uit het verhaal’). Echt spannend wordt het niet, omdat het spel heel geacteerd overkomt. Wat wel leuk is, is dat wanneer de hoofdpersoon samenvat wat er allemaal gebeurd is (wat overigens vrij overbodig is), alle scenes in sneltreinvlucht exact hetzelfde en vloeiend worden gespeeld. De acteurs spelen meer dan 30 dubbelrollen, die goed uit elkaar te houden zijn door de verschillende stemmen en kostuums. De goede beheersing van de acteurs van hun spel en de ‘special effects’ maken het stuk een mooi en goed verzorgde voorstelling.

Raymond van het Groenenwoud- Bijna volwassen

De opkomst voor de voorstelling was magertjes. Het publiek bestond vooral uit wat oudere mensen, maar er zat ook jonger publiek tussen. Reymond putte uit zijn grote repertoire, dat al tientallen jaren onveranderd was. De liedjes waren poëtisch en luisteren lekker weg, maar hadden vaak ook humor en soms pakte Reymond flink uit met zijn stem. Jammer was dat hij niet altijd even goed verstaanbaar was door de harde muziek en het vlotte tempo. Samen met z’n band stond hij op het podium. Soms was de begeleiding heel minimalistisch. Wat jammer was is dat hij toen het ene nummer nog niet echt afgelopen was, hij al met de voorbereidingen van het volgende nummer begon. Ook wachtte hij het applaus niet af na het ‘laatste’ nummer, maar ging meteen af en kwam daarna terug voor de toegift. Goed te zien was dat Reymond van het Groenenwoud een ervaren artiest is, die veel ervaring heeft en goede liedjes heeft gemaakt.